IEF 17332

Geruisloze voortzetting van licentie RollerCoaster Tycoon valt niet te rijmen met eerder steeds opnieuw overeengekomen voorwaarden

RollerCoaster Tycoon

Rechtbank Den Haag 6 december 2017, IEF 17332; IT 2431; ECLI:NL:RBDHA:2017:14285 (Atari tegen Media Sales en Licensing) Contractenrecht. Licenties. Atari is speluitgever van onder meer RollerCoaster Tycoon. MSL houdt zich bezig met lease van niet-financiële immateriële activa en in- en verkoop van licenties en mediarechten; zij heeft met Atari Europe en opvolger Atari Benelux en Namco een overeenkomst. Namco is ontbonden en MSL wordt aangesproken wegens ongeoorloofd verhandelen, er is overleg over de te betalen vergoeding. In het addendum is overeengekomen dat de royalty-afspraken zijn geëindigd op 22 december 2010. Uit de (enige) drie op de overeenkomst betrekking hebbende ingebrachte documenten blijkt dat de licentievoorwaarden steeds opnieuw overeengekomen werden voor een bepaalde periode. Een geruisloze voortzetting valt daarmee niet te rijmen. MSL was niet gerechtigd was om de RollerCoaster Tycoon Games te (laten) produceren en in- of verkopen na 22 december 2010. Gederfde winst door de KDG leveranties: €566.912. Atari heeft belang bij het gevorderde bericht en de recall, ondanks dat MSL haar professionele klanten al heeft bericht over de "onduidelijkheid over de rechten en retourverzoek".

4.7. Naar het oordeel van de rechtbank is de overeenkomst op 22 december 2010 geëindigd. Daartoe is het volgende redengevend. In het Addendum 2008 zijn aan MSL exploitatierechten voor de Benelux toegekend met betrekking tot een specifiek aantal RCT producten en zijn afspraken gemaakt over de daarover verschuldigde royalty’s. In art. 3 van het Addendum 2008 is overeengekomen dat de afspraken gelden voor een periode van 24 maanden vanaf 22 december 2008, de “Effective Date”. Hieruit volgt dat de overeengekomen product- en royalty-afspraken op 22 december 2010 zijn geëindigd. MSL heeft haar stelling dat de (licentie- en distributie)overeenkomst na die datum voortduurde als duurovereenkomst, mede gelet op de betwisting door Atari, onvoldoende toegelicht, terwijl dat wel op haar weg lag. Ook wanneer er met MSL van zou worden uitgegaan dat de onderliggende overeenkomst moet worden aangemerkt als een duurovereenkomst, is het mogelijke rechtsgevolg daarvan niet, althans niet zonder meer, dat de overeenkomst op dezelfde voet als overeengekomen in het Addendum 2008 voortduurde of eenzijdig, zonder instemming en zonder medeweten van de contractspartij, zonder afspraken over de voorwaarden, kon worden voortgezet. Uit de (enige) drie op de overeenkomst betrekking hebbende documenten die in het geding zijn gebracht, blijkt dat de licentievoorwaarden, waaronder de productenlijst en de te betalen royalty’s, steeds opnieuw overeengekomen werden voor een bepaalde periode. Een geruisloze voortzetting na afloop van de laatst overeengekomen termijn valt daarmee niet te rijmen. Het had op de weg van MSL gelegen om te onderhandelen met haar contractspartij over de voorwaarden waaronder de overeenkomst werd voortgezet na 22 december 2010. Dit kon te meer van haar worden verwacht nu MSL een bedrijf is dat zich beroepsmatig bezig houdt met de in- en verkoop van licenties en mediarechten, zodat zij weet, of behoort te weten, wat de betekenis van een licentie is. Gesteld noch gebleken is dat MSL met de rechthebbende of met Namco afspraken heeft gemaakt over de hoogte van de te betalen royalty’s en/of over productlijsten na 22 december 2010. MSL heeft evenmin overzichten van na die tijd betaalde (of gereserveerde) royalty’s overgelegd, terwijl uit productie 9 van MSL c.s. blijkt dat zij eerder, in 2007 en 2008, aan Atari Benelux per kwartaal gedetailleerd opgave deed van de verkopen en de daarover te betalen royalty’s.

4.13.MSL betwist de juistheid van de berekening van de door Atari gederfde winst ten gevolge van, kort gezegd, de KDG leveranties, op een bedrag van in totaal € 603.509,-. Zij voert in dat verband drie argumenten aan:

- i) het aantal units dat Atari, uitgaande van de opgave van KDG, tot uitgangspunt heeft genomen, te weten 93.877, is te hoog. KDG heeft in het overzicht van 2014 abusievelijk 840 units als “Roller Coaster Shoebox” opgevoerd, normaal gesproken een 8 pack, terwijl het hier alleen om de verpakking gaat en niet om cd-roms. Dit blijkt uit de onderliggende factuur. Ook zijn, naar zij aanvoert, 7.650 discs van zeven verschillende producten door haar tezamen verpakt en als 8-pack verkocht als een zogenoemde Shoebox. Een van die producten, de Rollercoaster Tycoon 3 Gold, bestaat uit twee discs, zodat het aantal voor de winstderving relevante units dientengevolge met (6 × 7.650 =) 45.900 moet worden verminderd. Het gaat behalve de RCT Gold (van welk duo-pack in totaal 11.150 stuks zijn geleverd, waarvan 7.650 voor de Shoebox bestemd waren), verder om de RCT, de RCT Added Att, de RCT Loopy, de RCT2, de RCT2 Time Twister en de RCT2 Wacky World. Het totaal aantal verkochte units van het pakket dat MSL van KDG heeft ontvangen komt daarmee op 47.137;

- ii) de door Atari gehanteerde SRP per unit is niet realistisch; en

- iii) de gehanteerde retail-marge van 35% is te laag.

4.20. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de rechtbank bij de begroting van de schade ten gevolge van de KDG leveranties in de periode 2013 – 2015, de berekening van Atari grotendeels volgt. Op het door Atari berekende bedrag van € 603.509,- zal een bedrag van € 15.920,- in mindering worden gebracht voor de abusievelijk als Shoebox meegerekende verpakkingen. De samenvoeging van de acht cd-roms tot één Shoebox leidt slechts tot een vermindering van € 20.677,-, te weten het verschil tussen de som van de SRP’s van de verschillende losse discs en de SRP van de Shoebox als geheel. De gederfde winst ten gevolge van de KDG leveranties wordt derhalve begroot op in totaal € 566.912,-.