IEF 17669

Gemeente Emmen meldt terecht dat een inwoner 50 tot 60 overlastzaken aanhangig heeft gemaakt

Vzr. Rechtbank Noord-Nederland 26 april 2018, IEF ; ECLI:NL:RBNNE:2018:1486 (eiser tegen Gemeente Emmen) Mediarecht. De uitlating van De Gemeente in het Dagblad van het Noorden van 14 maart 2018, naar aanleiding van vragen van een journalist, dat er bij De Gemeente sinds 2015 zo'n 50 tot 60 zaken door eiser aanhangig zijn gemaakt, is niet onrechtmatig jegens eiser. Het artikel 'Eén Emmenaar, zestig zaken' opent als volgt: "Op het gemeentehuis van Emmen zijn ambtenaren bezig met in totaal zestig zaken, aangespannen door één inwoner." Eiser heeft onvoldoende gesteld voor de conclusie dat de uitspraken niet waar zijn. De Gemeente heeft in het gewraakte krantenartikel een uitleg gegeven over wat zij bedoelt met het begrip zaken. Verder heeft zij aan de hand van een uitdraai uit haar registratiesysteem uitgelegd hoe ze bij het genoemde aantal komt. De vordering tot rectificatie wordt afgewezen.

4.5. Allereerst is van belang dat de gewraakte uitlatingen zich hebben voorgedaan in het kader van een openbare hoorzitting waar twee zaken over de carbid-kwestie die door [eiser] waren aangespannen, werden behandeld en waarbij een journalist aanwezig was en vragen heeft gesteld. In zoverre heeft de Gemeente niet actief de publiciteit gezocht maar is zij alleen op vragen van een journalist ingegaan. Daarbij geldt dat de Gemeente een algemeen belang dient en dat zij gehouden is een grotere openheid van zaken te geven. In zoverre moeten aan de beperkingen van de vrije meningsuiting van een Gemeente zware eisen worden gesteld. Het optreden van [gedaagde] kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter met optreden van de Gemeente worden vereenzelvigd.

4.6.    De stelling van [eiser] dat hij niet alleen heeft opgetreden maar dat er nog zes andere personen tot de belangengroep behoren, wordt verworpen. [eiser] heeft het betoog van de Gemeente dat de belangengroep geen rechtspersoonlijkheid heeft en dat vooral [eiser] de initiator is en de belangengroep in de procedures vertegenwoordigt, niet betwist. [eiser] baseert zijn stelling dat de Gemeente onrechtmatig heeft gehandeld, er hoofdzakelijk op dat de uitlatingen van de Gemeente onjuist zijn. Volgens [eiser] is er, als het gaat om het carbidschieten, in feite maar sprake van één zaak en is het niet fair en niet juist is om iedere melding in het systeem van de Gemeente als een zaak aan te merken. De Gemeente daarentegen stelt dat sinds 2015 50 á 60 zaken op naam van [eiser] (dan wel de belangengroep) zijn geregistreerd. De voorzieningenrechter volgt [eiser] niet in de uitleg die hij geeft aan het begrip 'zaak'. [eiser] heeft zelf in het gewraakte krantenartikel, gevraagd naar een reactie op de uitlatingen van de Gemeente, niet weersproken dat er een groot aantal zaken bij de Gemeente is aangemeld. Daarbij komt dat [gedaagde] in het vervolg van het krantenartikel duidelijk is over wat de Gemeente verstaat onder het begrip zaak. [gedaagde] heeft immers uitgelegd dat het om diverse zaken gaat "voornamelijk gericht tegen carbidschieten, evenementen, maar ook WOB-verzoeken, klachten en handhavingszaken". Zij vervolgt dan "dat de procedures variëren van aanvragen, bezwaren, hoger beroep en verzoeken om het treffen van voorlopige voorzieningen bij de rechtbank". De gebruikte bewoordingen zijn algemeen en hieruit kan niet worden afgeleid dat het alleen om rechtszaken zou gaan. Verder is van belang dat ter zitting [O] namens de Gemeente, onder verwijzing naar productie e, een gemotiveerde en duidelijke toelichting heeft gegeven over de manier waarop de Gemeente haar zaken sinds 2015 registreert. Hij heeft uitgelegd dat niet ieder telefoontje in het systeem als zaak wordt geregistreerd maar alleen de langduriger kwesties waarbij een inhoudelijke reactie van de gemeente vereist is. De Gemeente heeft daarbij als voorbeeld gegeven de bij productie h overgelegde veertien meldingen die [eiser] op 9 november 2017 onder zijn eigen naam heeft gedaan van het voornemen tot carbidschieten op veertien verschillende plekken. Omdat het om veertien verschillende locaties gaat, kan de Gemeente niet anders dan ook veertien afzonderlijke zaken aanmaken omdat iedere locatie op zijn eigen merites beoordeeld moet worden. Verder heeft de Gemeente onweersproken aangevoerd dat zij niet heeft gezegd dat er op dit moment het genoemde aantal zaken aanhangig zijn, maar dat het gaat om in de loop van de tijd gevoerde zaken. Het lag op de weg van [eiser] om nader te motiveren dat de uitspraken van de Gemeente niet waar zijn. Nu hij dat heeft nagelaten heeft [eiser] in het licht van wat de Gemeente heeft aangevoerd onvoldoende gesteld voor de conclusie dat de gewraakte uitlatingen niet in overeenstemming zijn met de feiten. Daarmee is de grondslag aan zijn vordering komen te ontvallen.

4.7. [eiser] heeft voor het overige geen feiten of omstandigheden gesteld die zouden moeten leiden tot de conclusie dat de Gemeente en/of [gedaagde] onrechtmatig hebben gehandeld. Dat betekent dat de vorderingen moeten worden afgewezen.