IEF 17905

Geen verwarringsgevaar vermelding Beach Hotel want hotels bevinden zich in verschillende provincies

Ktr. Rechtbank Den Haag 27 juni 2018, IEF 17905; ECLI:NL:RBDHA:2018:7745 (Beach Hotel tegen Hotels van Oranje) Handelsnaamrecht. Verzoekster en verweerster drijven beiden een onderneming met als beide als handelsnamen onder meer 'Beach Hotel', respectievelijk in Zeeland en in Noordwijk. Verweerster heeft bepaalde (wellness)faciliteiten waarover verzoekster niet beschikt. Verzoekster heeft verzocht dat de verweerder zijn handelsnaam wijzigt. Beide ondernemingen richten zich op het verschaffen van onderdak in een hotel dat nabij de kust is gelegen, maar ze zijn actief in verschillende regio's en beschikken over verschillende faciliteiten. De kantonrechter wijst de verzoeken af.

5.4. De kantonrechter is van oordeel dat dergelijke verwarring niet te verwachten is. Weliswaar is de aard van de ondernemingen vergelijkbaar, in die zin dat beide ondernemingen zich richten op het verschaffen van logies/onderdak in een hotel dat nabij de kust is gelegen, maar zij zijn actief in verschillende regio’s en beschikken over verschillende faciliteiten. Zo heeft verweerster bepaalde (wellness) faciliteiten waarover verzoekster niet beschikt. Van belang is dat zij op verschillende plaatsen (respectievelijk in [vestigingsplaats] en in Noordwijk) gevestigd zijn. Deze plaatsen bevinden zich in verschillende provincies (respectievelijk Zeeland en Zuid-Holland) en zijn op een behoorlijke afstand (ongeveer 144 kilometer) van elkaar gelegen. Door de plaats waar zij gevestigd zijn, is bij een gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument geen verwarring tussen verzoekster en verweerster te duchten. Zeker niet aangezien deze consument doorgaans een hotel zal zoeken in of in de buurt van een bepaalde plaats (in dit geval [vestigingsplaats] of Noordwijk) en/of hij het adres van het hotel zal opzoeken voordat hij boekt althans voordat hij naar het hotel afreist. Dit geldt overigens ook voor Duitse consumenten. Dat vanaf Düsseldorf naar zowel verzoekster als verweerster zo’n 300 kilometer gereden moet worden, zoals verzoekster tijdens de comparitie heeft gesteld, maakt niet dat bij het normaal oplettende, relevante (Duitse) publiek verwarring te duchten is.

5.5. Ten overvloede wordt opgemerkt dat ook als wél verwarring tussen verzoekster en verweerster bij het publiek te duchten zou zijn, dit nog niet betekent dat het verzoek zou worden toegewezen. Artikel 5 Hnw stelt immers ook als voorwaarde voor het verbod een handelsnaam te voeren dat de handelsnaam, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd. Niet is komen vast te staan dat verzoekster haar onderneming rechtmatig voerde onder de handelsnaam [naam VOF] voordat verweerster haar onderneming onder die handelsnaam ging voeren. Het had, gelet op het onder 4.2 vermelde verweer, op de weg van verzoekster gelegen haar stelling dat de onderneming sinds 1953 rechtmatig onder de handelsnaam [naam VOF] wordt gevoerd, (nader) toe te lichten en eventueel met stukken te onderbouwen. Zij heeft dit echter nagelaten, hoewel zij daartoe, mede gelet op het ruim voor de zitting bekende verweer, voldoende gelegenheid heeft gehad.