IEF 17907

Geen certificering accountant nodig voor omvang opgave auteursrechtinbreuk

Hof Den Haag 24 juli 2018 IEF 17907; ECLI:NL:GHDHA:2018:1907 (Esveco Specialties tegen geïntimeerde) Omvang opgave auteursrechtinbreuk. Geïntimeerde heeft eind jaren tachtig het Korpaspel bedacht. Dit spel heeft raakvlakken met het bekende cijferbingo-spel, met dien verstande dat op een Korpa-kaart, in plaats van getallen, speelkaarten zijn afgebeeld. Esveco houdt zich bezig met produceren van onder meer spellen. Geïntimeerde heeft een exclusieve licentieovereenkomst gesloten met betrekking tot de productie van het Korpa-spel. Na een conflict is de samenwerking verbroken. Esveco heeft daarna onder eigen naam een kaartbingo spel op de markt gebracht. In eerste aanleg vordert geïntimeerde het produceren van het Korpa-spel te staken. De rechtbank [IEF 16047] heeft geoordeeld dat de geïntimeerde maker is van het spel. Dat er met het spel bijna geen winst is geboekt doet niet af aan het feit dat er sprake is van een inbreuk, Esveco moet een gecertificeerde opgave te doen van de administratie. Het hof beveelt Esveco haar opgave te voorzien van een door een accountant opgesteld rapport van feitelijke bevindingen naar aanleiding van een vergelijking van de opgave van Esveco met de administratie van Esveco, zonder assurance over de volledigheid en betrouwbaarheid.

5.10. De vraag die partijen verdeeld houdt is of van Esveco kan worden verlangd dat zij méér overlegt dan een rapport van feitelijke bevindingen. [geïntimeerde] stelt zich op het standpunt dat, voor zover een accountantsverklaring niet mogelijk is, een beoordelingsopdracht zou kunnen worden gegeven. Voor zover ook een beoordelingsopdracht niet mogelijk is, zou Esveco een opgave dienen te verstrekken vergezeld van een verslag van een onafhankelijke registeraccountant waaruit blijkt dat deze de opgave van Esveco heeft geverifieerd aan de hand van de administratie van Esveco, dat, voor zover verifieerbaar, de opgave van Esveco strookte met de gegevens uit die administratie en dat, voor zover afdoende verificatie om door de accountant te noemen redenen niet meer mogelijk was, de accountant geen aanwijzingen heeft aangetroffen die de verdenking doen rijzen dat de opgave geen getrouwe weergave van de werkelijkheid omtrent de te verstrekken gegevens zou inhouden.

5.11. Aan [geïntimeerde] kan worden toegegeven dat een “rapport van feitelijke bevindingen”, zoals het rapport van [naam en naam] Accountants van 20 juli 2016, van beperkte betekenis is. De accountant mag immers in een rapport van feitelijke bevindingen volgens zijn gedragsregels geen conclusies trekken. Het verstrekken van een opdracht die verder gaat dat een rapport van feitelijke bevindingen, zoals de door Korshuize voorgestelde beoordelingsopdrachten, komt echter neer op het vragen om een verklaring dat de opgave, voor zover verifieerbaar, een getrouwe weergave van de werkelijkheid vormt en/of dat er geen aanwijzingen zijn dat de opgave onjuist of onvolledig is. Dit vormt een opdracht die aspecten van assurance heeft. Een accountant kan die assurance op grond van zijn beroepsregels alleen geven als aan specifieke vereisten is voldaan. [geïntimeerde] heeft niet, althans niet voldoende gemotiveerd bestreden dat in dit geval niet aan die vereisten kan worden voldaan. Wordt een bevel tot het verstrekken van een zodanige opdracht toch gegeven, dan leidt dat gemakkelijk tot executieproblemen (zie gerechtshof ’s-Hertogenbosch in de zaak Stichting Pictoright/Art & Allposters International B.V.: onder meer ECLI:NL:GHSHE:2012:BX8701, ECLI:NL:GHSHE:2013:3019 en met name ECLI:NL:GHSHE:2014:809). Om die reden slaagt de tweede grief van Esveco.

5.12. Om misverstanden te voorkomen, zal het hof in het aan Esveco te verstrekken bevel niet opnemen dat haar opgave moet worden voorzien van een rapport van een accountant waaruit blijkt dat deze de opgave van Esveco heeft geverifieerd aan de hand van de administratie van Esveco. Het hof zal Esveco bevelen haar opgave te voorzien van een door een accountant opgesteld rapport van feitelijke bevindingen naar aanleiding van een vergelijking van de opgave van Esveco met de administratie van Esveco, zonder assurance over de volledigheid en betrouwbaarheid van die administratie en opgave, zoals het rapport van [naam en naam] Accountants van 20 juli 2016.
Volledigheidshalve merkt het hof hierbij op dat hiermee niet is gezegd dat een rapport van feitelijke bevindingen in alle gevallen moet worden overgelegd. In het onderhavige geval kan deze verplichting worden opgelegd, omdat Esveco daarmee instemt. Of een rapport van feitelijke bevindingen in een reële behoefte voorziet en of een bevel tot het verstrekken van een zodanig rapport proportioneel is gelet op de daarmee gepaard gaande kosten, staat in deze zaak niet ter beoordeling.