IEF 17490

Deziweb wees telkens terecht op de fraudegevoeligheid van domeinnaamoverdrachtsverzoeken per e-mail

Hof Arnhem-Leeuwarden 30 januari 2018, IEF 17490; ECLI:NL:GHARL:2018:974 (ESP Consultancy tegen Reviced) Domeinnamenrecht. De door Deziweb (thans Reviced geheten) beheerde domeinnamen zijn door A voor SourceLogic geregistreerd. Vanaf november 2013 was A daar niet langer als vertegenwoordiger van SourceLogic toe bevoegd, omdat de contacten met hem in verband met malversaties waren verbroken. C, vertegenwoordiger van Source Logic, heeft Deziweb verzocht de domeinnamen over te dragen aan ESP. Omdat C niet beschikte over de inlogcode van A, heeft Deziweb geen medewerking willen verlenen. De rechtbank heeft Deziweb veroordeeld de domeinnamen aan ESP over te dragen. Deziweb heeft, met het oog op de fraudegevoeligheid van het verzoek van C, niet onjuist gehandeld door C mee te delen dat zij niet bevoegd was zonder inloggegevens. Het beroep treft doel en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.

4.3 Afgaande op de e-mailcorrespondentie is naar het oordeel van het hof dan ook goed te begrijpen dat Deziweb ( [D] ) in reactie op de verzoeken van [C] om de domeinen op naam van ESP te zetten bij herhaling een probleem heeft gemaakt van het feit dat deze verzoeken per mail aan Deziweb werden gericht; Deziweb wees op de fraudegevoeligheid van dergelijke verzoeken en verwees telkens naar de beschermde ICT-omgeving voor het doorvoeren van dergelijke wijzigingen, met gebruikmaking van de beschikbaar gestelde inlogtools. Op basis van deze correspondentie ziet het hof niet in dat Deziweb onjuist heeft gehandeld door [C] in november 2013 mee te delen dat haar contactpersoon tot dat moment, [A] , bevoegd en in staat was dergelijke handelingen voor SourceLogic te verrichten. Dat Deziweb er in die periode van op de hoogte was of kon zijn dat de bevoegdheden van [A] als vertegenwoordiger van SourceLogic waren komen te vervallen, blijkt uit het e-mailverkeer namelijk niet - laat staan dat Deziweb duidelijk was dat [C] als diens opvolger (indien hij al bevoegd was SourceLogic te vertegenwoordigen, wat ook niet uit de correspondentie blijkt) niet beschikte over de inloggegevens van Deziweb. Daarbij verdient opmerking dat [C] voortdurend gebruikmaakte van een privé-mailadres, en niet van een zakelijk mailadres van SourceLogic (of ESP of IT Management). Niet valt in te zien dat, en waarom, Deziweb onder dergelijke omstandigheden onderzoek had moeten doen naar de positie en bevoegdheden van [A] en/of [C].