IEF 17604
  • Rechtbank Amsterdam
    14 mrt 2018
  • SolidNature/RevealRox-eisers tegen gedaagde

Dat gedaagde hem een kwaad hart toedraagt, is onvoldoende om van een rechtsbetrekking uit onrechtmatige laster te spreken

SolidNature

Vzr. Rechtbank Amsterdam 14 maart 2018, IEF 17604; ECLI:NL:RBAMS:2018:2000 (SolidNature/RevealRox-eisers tegen gedaagde) Beslag. Bescheiden. Onrechtmatige publicatie. SolidNature, een bedrijf dat natuursteen levert en installeert in interieurs in het hoogste segment van de markt. RevealRox houdt zich bezig met de exploitatie van Iraanse steengroeven. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat er geen aanknopingspunten waren om aan te nemen dat Quote op onrechtmatige wijze ongefundeerde ernstige beschuldigingen aan het adres van [eiser 1] zou gaan publiceren. Er is bewijsbeslag gelegd op digitale en fysieke bescheiden in woonhuis van gedaagde. Hierna is een website online gekomen met een bijschrift 'eiser 1 Scam Company en een foto van eiser 2 met een zwarte balk voor zijn ogen; tevens is de maart editie van Quote online beschikbaar. Eiser maakt aannemelijk dat gedaagde hem een kwaad hart toedraagt, maar dat is onvoldoende om van een rechtsbetrekking uit onrechtmatig handelen door een lastercampagne te voeren. Vorderingen worden afgewezen. Echter deze afwijzing brengt niet mee dat de opheffing wordt bevolen. Het belang dat de bescheiden beschikbaar blijven voor eventueel hoger beroep of bodemprocedure weegt zwaarder.

2.8. Op 26 januari 2018 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank vonnis gewezen in een kort geding dat [eiser 1] had aangespannen tegen Hearst Magazines Netherlands B.V. (hierna te noemen: Quote). [eiser 1] stelde dat Quote voornemens was om een artikel over hem te publiceren dat mede zou zijn gebaseerd op het GABME-rapport en waarin [eiser 1] van criminele activiteiten zou worden beschuldigd. Quote heeft verweer gevoerd. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat er geen aanknopingspunten waren om aan te nemen dat Quote op onrechtmatige wijze ongefundeerde ernstige beschuldigingen aan het adres van [eiser 1] zou gaan publiceren. De vordering van [eiser 1] , ertoe strekkend dat bepaalde beschuldigingen in de voorgenomen publicatie zouden worden verboden, is afgewezen.

2.9. Op 31 januari 2018 heeft [eisers] met verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank bewijsbeslag gelegd ten laste van [gedaagde] op digitale en fysieke bescheiden in zijn woonhuis waarin woorden voorkomen als:
- GABME
- [aanduiding]
- Duped Investors
- Quote
- Wordpress.

6.1.
De afwijzing van de vordering in conventie brengt, anders dan [gedaagde] stelt, niet mee dat zijn vordering tot opheffing van het bewijsbeslag voor toewijzing gereed ligt. Er moet een belangenafweging worden gemaakt. Terecht voert [eisers] aan dat [gedaagde] geen nadeel ervan ondervindt dat de inbeslaggenomen gekopieerde bescheiden bij de gerechtelijke bewaarder berusten. Het belang van [eisers] dat de bescheiden beschikbaar blijven in verband met een eventueel hoger beroep of een bodemprocedure weegt dan ook zwaarder dan het belang van [gedaagde] bij opheffing van het bewijsbeslag en teruggave of vernietiging van de bescheiden. De daartoe strekkende vorderingen stranden daarop.