IEF 17906

Contactverbod voor 24 maanden vanwege grievende en beledigende uitspraken over verzekeraars

Vzr. Rechtbank Rotterdam 18 april 2018, IEF 17906; ECLI:NL:RBROT:2018:3855 (ASR, Achmea en NN tegen gedaagde) Vrijheid van meningsuiting. Onrechtmatig handelen. Gedaagde was drie keer betrokken bij een aanrijding met verzekerden van ASR, Achmea en NN. Gedaagde heeft zeer vele malen contact opgenomen met medewerkers van ASR. Hij meent dat dat ASR ten onrechte weigert hem schade te vergoeden. Verder heeft hij gemaild naar het klachtenloket van NN en ASR. Hij heeft ook klachten ingediend bij verschillende websites en bij de Orde van Advocaten. Gedaagde heeft daarin verschillende uitingen gedaan zoals: 'ASR en Achmea zijn doorgewinterde gore oplichters die parasiteren op letselschade slachtoffers' en 'Het is godverdomme meer dan schandalig hoe het stelletje hersenloze mosselen omgaat met de belangen van ondergetekende'. ASR vordert dat de gedaagde op welke manier dan ook contact op de nemen met ASR. De manier van handelen van de gedaagde is naar zijn aard grievend en beschadigend te achten. De vordering wordt toegewezen voor de duur van 24 maanden op straffe van een dwangsom van €100 per keer, met een maximum van €20.000. Gedaagde mag wel contact opnemen in verband met de aanrijdingen.

5.3. ASR c.s. heeft gesteld dat [gedaagde] naar aanleiding van de schadeclaims bij ASR c.s., al dan niet onder eigen naam, veelvuldig telefonisch, dan wel schriftelijk contact heeft opgenomen met medewerkers van ASR c.s. waarbij [gedaagde] (ernstige) beledigingen, beschuldigingen en dreigementen heeft geuit. Volgens ASR c.s. heeft [gedaagde] zich zelfs eenmaal voorgedaan als medewerker van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Voorts heeft [gedaagde] beledigingen en beschuldigingen gepubliceerd/laten publiceren op de websites www.getuigenbank.nl, www.leerlingplein.nl en www.klacht.nl. Om haar stellingen te onderbouwen heeft ASR c.s. diverse opnamen van telefoongesprekken en afschriften van e-mailberichten en brieven als producties overgelegd. (Een selectie hiervan is opgenomen onder de vaststaande feiten.) ASR c.s. heeft gesteld dat het handelen van [gedaagde] onrechtmatig is en dat ASR c.s. door dit handelen tevens reputatieschade oploopt. Haar medewerkers voelen zich beledigd en bedreigd en ook zij lijden schade. ASR c.s. dient, als goed werkgever, haar personeel tegen deze handelwijze te beschermen.

5.4. [gedaagde] meent dat ASR c.s. ten onrechte weigert hem de schade te vergoeden die voortvloeit uit de ongevallen als onder de vaststaande feiten vermeld. ASR c.s. neemt hem niet serieus en bagatelliseert zijn schade, stelt [gedaagde] . Hij stelt dat ASR c.s. hem zwart maakt en dat uit de afwikkeling van een ander schadegeval blijkt hoe verzekeraars en hun advocaten zouden moeten optreden bij schadegevallen. Inmiddels neemt hij ASR c.s. ook zeer kwalijk dat [persoon 2] door ASR c.s. bij het conflict tussen ASR c.s. en [gedaagde] betrokken wordt, terwijl zij daar geheel buiten staat; zij en haar zuster worden vals beschuldigd. Ook verder gedraagt ASR c.s. zich onbehoorlijk, meent [gedaagde] .

Desgevraagd heeft [gedaagde] niet betwist dat hij vaak telefonisch en schriftelijk contact heeft opgenomen met medewerkers van ASR c.s. en dat hij daarbij beledigingen, beschuldigingen en bedreigingen heeft geuit. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij dit heeft gedaan omdat ASR c.s. hem niet terugbelt, niet reageert op zijn berichten en niet tot afhandeling van de schadeclaims komt. Door zijn handelen hoopt [gedaagde] snelle(re) afhandeling van zijn schadeclaims af te dwingen. Hoewel hij zich kan voorstellen dat de contacten vervelend zijn vindt hij dat wat ASR c.s. hem (en anderen) aandoet erger is zodat hij in zijn recht staat. [gedaagde] heeft wel betwist dat hij zich heeft voorgedaan als een medewerker van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

5.5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het handelen van [gedaagde] jegens ASR c.s. onrechtmatig is. [gedaagde] heeft in beginsel recht op vrijheid van meningsuiting, maar dit recht wordt begrensd door de zorgvuldigheid en de betamelijkheid die in het maatschappelijk verkeer jegens anderen in acht genomen dienen te worden. De manier van handelen van [gedaagde] is naar zijn aard grievend en beschadigend te achten. Hoewel ASR c.s. mogelijk meer begrip zou kunnen opbrengen voor de frustratie en verontwaardiging van [gedaagde] over de in zijn visie onjuiste manier waarop met de schadeclaims wordt omgegaan en het te betreuren valt dat hierover niet vruchtbaar minnelijk overlegd kan worden, gaat de wijze waarop [gedaagde] zich in het contact met ASR c.s. opstelt alle perken te buiten. [gedaagde] neemt veelvuldig contact op met medewerkers en beledigt, beschuldigt en bedreigt hen doelbewust, terwijl hij zich er bewust van is dat zijn manier van handelen diep ingrijpt op de persoonlijke en professionele integriteit van de medewerkers van ASR c.s. [gedaagde] heeft ter zitting desgevraagd aangegeven dat als hij pijn heeft, anderen ook pijn moeten hebben. Zelfs al zou [gedaagde] gelijk hebben als het gaat om zijn claims, dan rechtvaardigt dat deze manier van handelen volstrekt niet. De wijze waarop [gedaagde] opereert veroorzaakt verder nodeloze kosten en vertraging binnen de organisatie van ASR c.s. Daarnaast kan de negatieve publiciteit van [gedaagde] reputatieschade voor ASR c.s. opleveren. [gedaagde] heeft ter zitting laten blijken dat hij niet inziet dat hij moet stoppen met zijn handelen jegens ASR c.s.; het is aannemelijk dat hij ook in de toekomst soortgelijk onrechtmatig gedrag zal blijven vertonen. Gelet op het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van ASR c.s. om gevrijwaard te worden van de onrechtmatige gedragingen van [gedaagde] zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde] om zich in vrijheid te kunnen uiten. Daarbij is van belang dat in de vorderingen reeds is voorzien dat zakelijk contact over de schadeclaims niet onder het verbod valt.