IEF 16890

Conclusie AG: Louboutin-zoolmerk kan getoetst worden aan 'wezenlijke waarde'-toets, zonder rekening te houden met reputatie

Conclusie AG HvJ EU 22 juni 2017, IEF 16890; IEFbe 2219; C‑163/16, ECLI:EU:C:2017:495 (Louboutin tegen van Haren) Merkenrecht. Van Haren vordert nietigverklaring en doorhaling van het Benelux rode zoolmerk. Wezenlijke waarde van de waar kan worden toegepast op zool-merk bestaande uit vorm van een product in een bepaalde kleur. HvJ EU:

„Artikel 3, lid 1, onder e), iii), van richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten moet aldus worden uitgelegd dat het van toepassing kan zijn op een teken bestaande uit de vorm van de waar waarbij aanspraak wordt gemaakt op bescherming voor een bepaalde kleur. Het begrip vorm die ‚een wezenlijke waarde geeft’ aan de waar in de zin van deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op de intrinsieke waarde van de vorm en hierbij mag geen rekening worden gehouden met de reputatie van het merk of van de houder ervan.”

* Artikel 3, lid 1, sub e onder iii:

lid 1 Niet ingeschreven worden of, indien ingeschreven, nietig verklaard kunnen worden:
sub e tekens die uitsluitend bestaan uit:
onder iii de vorm die een wezenlijke waarde aan de waar geeft;

Gestelde vraag (IEF 15746)

Is het begrip vorm in de zin van artikel 3, lid 1, sub e, onder iii, van richtlijn 2008/95/EG (in de Duitse, Engelse en Franse versie van de Merkenrichtlijn respectievelijk Form, shape en forme) beperkt tot de driedimensionale eigenschappen van de waar zoals de/het (in drie dimensies uit te drukken) contouren, afmetingen en volume daarvan, dan wel ziet deze bepaling mede op andere (niet-driedimensionale) eigenschappen van de waar zoals kleur?