IEF 16954

Conclusie AG: Een vordering die ertoe strekt dat houdster van een Benelux-merk verklaart dat zij hier geen rechten op heeft en afziet van inschrijving, valt niet onder het begrip geschillen inzake de registratie of de geldigheid van merken, art. 22(4) Vo

Conclusie AG HvJ EU 13 juli 2017, IEF 16954; IEFbe 2248; C‑341/16; ECLI:EU:C:2017:551 (Hanssen Beleggingen tegen Tanja Prast-Knipping) Merkenrecht. Zie eerder [IEF 16136] en [IEFbe 1878]. Valt een beroep dat tegen de formele houder van een Benelux-merk is ingesteld en ertoe strekt dat deze afziet van zijn rechten als houder van het merk onder artikel 22, punt 4 Verordening (EG) nr. 44/200.

„Een beroep in rechte als aan de orde in het hoofdgeding, dat ertoe strekt dat de persoon die formeel als houder van een Benelux-merk is ingeschreven, bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) verklaart dat hij geen rechten heeft op dit merk en afziet van zijn inschrijving als houder van dit merk, valt niet onder artikel 22, punt 4, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.”