IEF 16779

Bewijsbeslag elektronische data volgt uit postcontractueel geheimhoudingsbeding over gegoten composieten dorpels

Holonite Composietsteen

Vzr. Rechtbank Gelderland 10 april 2017, IEF 16779; IT 2275; ECLI:NL:RBGEL:2017:2358 (Holonite tegen Composietsteen en Ekosiet) 843a Rv. Holonite is producent en distributeur van o.a. dorpels, vensterbanken en muurafdekkers vervaardigd uit composietsteen en bedient de Nederlandse, Belgische en Duitse nieuwbouw- en renovatiemarkt met standaard en op maat gemaakte gevel- en afbouwelementen. Composietsteen is een bouwmaterialengroothandel en specialist op het gebied van (gegoten) composietsteen. Partijen hadden een intentieovereenkomst met een postcontractuele geheimhoudingsclausule. Er wordt bewijsbeslag op elektronische data gevorderd. Dit kort geding kan worden aangemerkt als hoofdzaak ex 700 lid 3 Rv. De 'rechtsbetrekking' onrechtmatige daad wegens slaafse nabootsing wordt onvoldoende aannemelijk gemaakt. Er is wel een rechtsbetrekking uit hoofde van de inmiddels beëindigde intentieovereenkomst met geheimhoudingsverplichting. De zoektermen worden nader gespecificeerd om te voldoen aan de eis van 'bepaalde bescheiden'. De voorzieningenrechter geeft procedureregels voor de inzage.

5.10. Allereerst is het maar zeer de vraag of Holonite een eigen plaats op de markt heeft verworven met haar composietstenen dorpels in de uitvoering MBI 51. Dat haar product ten tijde van het op de markt brengen een onderscheidend vermogen toekwam, is thans evenmin voldoende aannemelijk geworden. Los daarvan geldt dat een composietstenen dorpel een vrij standaard product is qua maatvoering, nu dit moet worden afgesteld op het praktische gebruik ervan en daarmee dus dient te worden aangepast aan de breedte van de deuropening, en grotendeels technisch is bepaald. Er zou hooguit sprake kunnen zijn van slaafse nabootsing door Composietsteen als op geen enkel punt wordt afgeweken van het model van Holonite. In het onderhavige geval heeft Composietsteen evenwel ander materiaal en ander composiet gebruikt. Composietsteen heeft ter zitting verklaard dat zij als bindmiddel polyester hars gebruikt dat voor 10% onderdeel uitmaakt van het geheel en dat er voor 90% grote granulaten/kiezelstenen (1 tot 3 mm) worden gebruikt. Deze natuursteentjes zijn afkomstig uit België (kwarts, wit) en Noorwegen (labrador, zwart). De voorzieningenrechter heeft ter zitting geconstateerd, hetgeen niet weersproken is, dat Holonite gebruik maakt van een zandmengsel met hars. Dit geeft een andere uitstraling, zoals hierna op onderstaande foto is weergegeven.

Alhoewel deze structuur slechts waarneembaar is indien een dwarsdoorsnede wordt gemaakt en daarmee dus aan de kopse kant, welke kant normaal – indien de dorpels zijn gemonteerd – niet zichtbaar is, geldt dat dit in de folders wel wordt getoond en daarmee kenbaar is voor het relevante publiek (te weten architecten en timmerlieden). Holonite heeft in dat verband nog aangevoerd dat er ook andere mengsels mogelijk zijn en door haar worden gemaakt. Dit kan zo zijn, maar daarvan heeft Holonite geen bewijs ((foto’s van) dorpels) overgelegd. Wat verder zichtbaar is, en daarmee een duidelijk verschil betreft, is dat de dorpel van Composietsteen doffer is dan die van Holonite (die dus meer glanst) en dat de dorpel van Holonite in één stuk is gegoten en de dorpel van Composietsteen niet. Daarnaast zijn er qua maatvoeringen van de dorpels van partijen kleine verschillen, omdat Composietsteen een andere mal gebruikt, en lopen de dorpels van Composietsteen taps toe en zijn de hoeken niet recht. Dit volgt ook uit de door Composietsteen overgelegde en hierna weergegeven foto’s. Tot slot is niet weersproken dat Composietsteen niet langer gebruik maakt van de benaming/aanduiding MBI. In dit kort geding is vooralsnog dan ook onvoldoende aannemelijk geworden dat sprake is van slaafse nabootsing.

5.16. Composietsteen heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er gewichtige redenen zijn om niet aan de exhibitieplicht te voldoen. Het verweer dat met het horen van Paul Jas als getuige hetzelfde resultaat bewerkstelligd kan worden, kan niet gevolgd worden. Het gaat Holonite ook om documentatie en andere bescheiden die mogelijk in de administratie van Composietsteen zijn te vinden, waarmee de omvang van de/het beweerdelijke slaafse nabootsing/onrechtmatig handelen/wanprestatie kan worden onderbouwd. Dat Holonite voor een deel zelf over stukken bezit die Paul Jas vanuit Holonite naar Ekosiet B.V. heeft gestuurd, is weliswaar gesteld, maar niet nader onderbouwd. Bovendien is het begrijpelijk dat Holonite juist op zoek is naar stukken die Paul Jas mogelijk heeft gestuurd of vervaardigd op het moment dat hij in dienst was bij Composietsteen. Dit verweer treft dus evenmin doel.

5.11. De vraag is voorts of sprake is van een andere rechtsbetrekking waar Holonite partij bij is. Holonite heeft in dat verband verwezen naar de intentieovereenkomst die zij op
5 december 2008 met Ekosiet B.V. heeft gesloten (en die per 1 november 2011 door Holonite is opgezegd). In die overeenkomst is in artikel 8.1. een geheimhoudingsverplichting opgenomen, kort gezegd inhoudende dat partijen de kennis die zij opdoen op basis van de samenwerking uitsluitend ten behoeve van die samenwerking zullen gebruiken en voorts die kennis op geen enkele wijze zullen benutten ten behoeve van derden. In artikel 4.3. waren partijen overeengekomen dat zij, onder geheimhouding, hun know-how, onder meer op het gebied van recepturen en montagetechnieken, zouden uitwisselen.
5.12. Holonite heeft aangevoerd dat [naam 5] , innovatiemanager bij Holonite en nauw betrokken bij de ontwikkeling van de Premax dorpels, na een arbeidsconflict Holonite in 2012 heeft verlaten en vervolgens bij Composietsteen in dienst is getreden. Dit is dus gebeurd nadat in november 2011 een einde was gekomen aan de intentieovereenkomst. Vervolgens is Composietsteen B.V. en/of Ekosiet B.V. omstreeks 2014 composietstenen dorpels met de benaming MBI 51 dan wel MBI 57 gaan ontwikkelen en produceren en is zij zich op dezelfde markt als waarop Holonite zich begeeft gaan richten, terwijl zij dat eerder – zo blijkt uit de considerans bij de intentieovereenkomst – niet deed. Dit alles in onderling verband en samenhang bezien maakt dat aanwijzingen bestaan of althans geenszins uitgesloten kan worden dat Ekosiet B.V. mogelijk know-how van Holonite aan Composietsteen B.V., zijnde formeel een derde bij de overeenkomst van 5 december 2008, ter beschikking heeft gesteld, hetgeen zij op grond van die overeenkomst niet mocht doen, en/of dat Ekosiet B.V. kennis die zij op basis van de samenwerking heeft opgedaan niet ten behoeve van die samenwerking heeft gebruikt en/of dat Ekosiet B.V. op andere wijze in strijd heeft gehandeld met de postcontractuele goede trouw en de redelijkheid en billijkheid die (voormalige) contractspartijen tegenover elkaar in acht hebben te nemen. Aan het vereiste onder (c) van het bestaan van een rechtsbetrekking tussen partijen is dan ook voldaan.

5.13. Dat Ekosiet B.V. zich over een bepaalde periode mogelijk schuldig zou hebben gemaakt aan wanprestatie en/of onrechtmatig handelen jegens Holonite maakt dat Holonite voldoende belang heeft om nader te onderzoeken in welke omvang en gedaante de beweerdelijke handelingen hebben plaatsgevonden.

De voorzieningenrechter:
6.2. gebiedt Composietsteen toe te staan en te gedogen dat de deurwaarder de als relevant geselecteerde (digitale) bescheiden, welke resultante zijn van de dataseparatie en welke kwalificeren als “definitieve selectie”, aan de advocaat van Composietsteen ter beschikking stelt, waarna de advocaat de bescheiden kan controleren op feitelijke onjuistheden en deze eventuele onjuistheden binnen een door de deurwaarder te stellen redelijke termijn aan de deurwaarder kenbaar kan maken, waarna de deurwaarder – indien er geen bezwaren zijn of indien hij instemt met de bezwaren – de definitieve selectie vaststelt en die aan Holonite ter inzage beschikbaar stelt of, indien de deurwaarder niet instemt met de bezwaren, zijn bevindingen opneemt in een proces-verbaal en vervolgens een kort geding aanhangig maakt en de kwestie ex artikel 438 lid 4 Rv aan de voorzieningenrechter voorlegt,

6.3. bepaalt dat de (digitale) bescheiden die de deurwaarder alsmede de onder diens verantwoordelijkheid werkzame ICT-deskundige, in het kader van het bewijsbeslag al dan niet digitaal hebben gekopieerd, doch welke geen deel uitmaken van de definitieve selectie als bedoeld onder 6.2., gedurende een periode van zes maanden na dit vonnis bewaard mogen blijven onder de in het beslagverlof van 7 december 2016 aangewezen bewaarder, zulks onder de voorwaarden dat:
i) de kosten van bewaring vooralsnog ten laste van Holonite komen;
ii) de deurwaarder en de onder diens verantwoordelijkheid werkzame ICT-deskundige alsmede een eventueel door de deurwaarder ingeschakelde onafhankelijk technisch deskundige alsmede de bewaarder verplicht zijn jegens een ieder geheimhouding te betrachten met betrekking tot de inhoud van de niet geselecteerde bescheiden, behoudens toestemming van Composietsteen en/of nader rechterlijk verlof of bevel;
iii) de deurwaarder de niet geselecteerde bescheiden vernietigt indien niet binnen zes maanden na dit vonnis ten aanzien van de geselecteerde (digitale) bescheiden (opnieuw) verlof tot conservatoir bewijsbeslag wordt verzocht en verkregen,