IEF 17078

Berber Brouwer - De robot als componist

De eerste kunstmatige intelligentie-plaat is een feit: I AM AI van YouTube-ster Taryn Southern. Dit schrijft de Volkskrant op 29 augustus jl. Huh, maar hoe zit het dan met het auteursrecht, was natuurlijk het eerste wat bij me opkwam. En wie ontvangt de royalty’s voor exploitatie van de compositie via Spotify en YouTube, waar de muziek te beluisteren is?

Het album I AM AI is naar verluidt volledig geschreven met behulp van AMPER AI software. AMPER AI staat ook als componist vermeld bij het eerste liedje Break Free; elektropop met een esoterisch tintje, al klinkt het wat zielloos. Het is overigens geen volledig autonome creatie van Amper: Taryn Southern heeft zelf de teksten en melodieën geschreven; Amper heeft de rest van de compositie gemaakt, waaronder de harmonieën, instrumentatie en volledige muzikale invulling. Volgens Amper Music is iedere compositie die door de software wordt gegenereerd uniek en origineel 1 .

Tekst en muziek zijn afzonderlijke werken, die los van elkaar geëxploiteerd kunnen worden. Aangezien Southern schrijver is van de songteksten heeft zij daarop het auteursrecht. Tot dusver niets bijzonders. Het probleem ontstaat bij de muziek, in dit geval de combinatie van de melodie, de harmonie, klanken, ritme, toonhoogte, instrumentatie, etc. Hier lijkt sprake van een gezamenlijk werk van twee auteurs, Southern en Amper AI. Dit lijkt ook de insteek van Amper Music, dat de muziek beschrijft als ‘collaboration between human and AI.’ Maar kan een werk dat (mede) gecreëerd is door software met kunstmatige intelligentie (KI) eigenlijk wel auteursrechtelijk beschermd zijn en zo ja, wie heeft dan deze rechten?

Ons auteursrecht gaat uit van de gedachte dat sprake moet zijn van ‘scheppende menselijke arbeid’. Volgens de Hoge Raad betekent “de eis dat het voortbrengsel het persoonlijk stempel van de maker moet dragen, dat sprake moet zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid, en dus van creatieve keuzes, en die aldus voortbrengsel is van de menselijke geest.” 2 In het Infopaq-arrest overweegt het Hof van Justitie dat auteursrecht rust op ‘scheppingen van de geest’ als bedoeld in artikel 2 lid 5 en lid 8 van de Berner Conventie c.q. ‘intellectual creations’ in de originele Engelse tekst van het verdrag.

Dat lijkt te betekenen dat auteursrecht alleen kan rusten op een werk dat het resultaat is van creatieve keuzes die door een mens (en dus niet door een robot) zijn gemaakt en dat de muzikale bijdrage van Amper AI als zodanig niet beschermd is. Dit sluit aan bij het standpunt van het US Copyright Office dat uitsluitend bereid is werken te registreren die door mensen zijn gecreëerd (het “human authorship requirement”). Het US Copyright Office introduceerde deze regel naar aanleiding van de bekende rechtszaak over de selfie van zwartkuifmakaak Naruto; in die zaak (momenteel aanhangig bij het federale hof in San Francisco) is aan de orde is of een aap auteursrecht kan claimen onder Amerikaans recht. 3 Ofschoon een aap niet te vergelijken is met een robot, geldt de regel voor alle niet-menselijke creaties, dus ook voor creaties van robots.

Maar ook als auteursrecht wel kan rusten op intellectual creations van KI software, ontstaat de vraag wie daarvan de houder is. Een robot wordt onder huidig recht niet erkend als rechtssubject en kan dus geen drager zijn van rechten en plichten. 4 Daaruit volgt dat een robot geen eigenaar kan zijn van auteursrecht, aanspraak maken op royalty’s bij Buma Stemra of aansprakelijk kan zijn voor inbreuk. Dit kunnen alleen natuurlijke personen en andere entiteiten met rechtspersoonlijkheid (rechtspersonen). 5

Maar indirect zijn de composities van Amper AI wel het resultaat van menselijke scheppende arbeid. Amper is software ontwikkeld en gemaakt door menselijke makers. Daarbij zijn subjectieve en creatieve keuzes gemaakt, niet alleen in het algoritme en de broncode, maar ook de input-data. 6 Als zodanig kan worden betoogd dat sprake is van een afgeleid auteursrecht van de software bouwers op de muziek die door de software wordt gecreëerd. Een eerste vraag is hoe dat zich verhoudt tot het software auteursrecht, omdat bescherming van functionaliteit op grond van de Softwarerichtlijn is uitgesloten 7 . De meer filosofische vraag is of nog gesproken kan worden over een ‘eigen schepping’ of ‘persoonlijk stempel’ van de maker van de AI software, wanneer bedacht wordt dat zelf lerend vermogen een kenmerk is van kunstmatige intelligentie. KI kan daardoor in staat zijn tot volledig autonome keuzes die de maker van het algoritme niet kan overzien en het denkvermogen van de mens zelfs te boven gaan.

Ook is te verdedigen dat de gebruiker van de software, in dit geval Taryn Southern, het auteursrecht zou moeten krijgen op de compositie, omdat zij via de user interface de parameters heeft bepaald voor de compositie en vervolgens de output verder heeft bewerkt; de website van Amper Music heeft het over het ‘customizen’ en ‘fine tunen’ van soundtracks door de gebruiker. In deze benadering is de software het instrument waarmee Southern de compositie heeft gemaakt en zijn haar instructies te beschouwen als interventie waarmee zij het programma heeft aangestuurd. De interventies van Southern moeten dan wel creatieve keuzes zijn, en dus niet ‘triviaal’ of ‘banaal’. Volgens recensies is het gebruik van Amper buitengewoon simpel en kan worden volstaan met het invoeren van variabelen zoals lengte, stemming en muziekstijl 8 . Wanneer die keuzes niet meer zijn dan eenvoudige selectie uit een beperkt aantal variabelen, is de vraag of die drempel wordt gehaald. Daarvoor zou het compositieproces met behulp van Amper AI nader bestudeerd moeten worden.

Bij de composities van Southern is die vraag echter minder relevant, omdat de melodie en teksten door haarzelf zijn geschreven, en – er vanuit gaande dat deze als zodanig voldoende oorspronkelijk zijn voor auteursrechtelijke bescherming - hoe dan ook haar toestemming nodig is voor exploitatie van de muziek. Daarnaast zal zij ook als artiest royalty’s kunnen claimen op basis van naburig recht.

Tenslotte kan worden gedacht aan een analoge toepassing van het werkgeversauteursrecht of ‘works made for hire’ principe onder common law, waarbij content die met behulp van KI wordt gecreëerd toekomt aan degene die de robot controleert en aanstuurt als ondergeschikte entiteit. Deze gedachte is niet zo vreemd omdat robots door mensen worden ingezet om taken uit te voeren, vaak zelfs letterlijk ter vervanging van menselijke werknemers 9 .

Conclusie: er is geen duidelijk antwoord op de vraag of er auteursrecht recht op door KI gemaakte muziek en wie daarop de rechten heeft. Amper Music schrijft op de website dat gebruik van de software royaltyvrij is, omdat Amper gebruikers een oneindige, royaltyvrije licentie verleent. Dat biedt Taryn Southern een praktische oplossing, maar lijkt wel te impliceren dat Amper Music van mening is dat zij het auteursrecht heeft op de creaties van Amper AI; een licentie zou anders immers niet nodig zijn.

Feit is dat het bestaande recht niet is ingespeeld op zelfdenkende robots en dat ‘robolaw’ nog in de kinderschoenen staat. Op academisch niveau wordt niet alleen discussie gevoerd over de vraag of IE- rechten kunnen rusten eigen creaties van robots, maar ook hoe innovatie en creativiteit beschermd en aangemoedigd kunnen worden wanneer dat niet zo is. 10 Op 16 februari 2017 is door het Europese Parlement een resolutie aangenomen met aanbevelingen aan de Commissie om zo snel mogelijk te komen met regelgeving op het gebied van robots. 11 Hierin wordt een toekomstvisioen geschetst met ook voor het intellectuele eigendom vergaande consequenties: “whereas ultimately there is a possibility that in the long-term, AI could surpass human intellectual capacity.” 12

De plaat van Taryn Southern drukt ons met de neus op de feiten: dit is geen toekomstmuziek, maar harde realiteit voor de muziekindustrie, die vraagt om nieuwe regels en misschien zelfs fundamentele aanpassingen van het bestaande systeem. © Berber Brouwer, 4 september 2017

1. www.ampermusic.om
2. HR 30 mei 2008, NJ 2008/556, Endstra/Nieuw Amsterdam.
3. Compendium of U.S. Copyright Office Practices, third Edition: Chapter 300, par. 306: “The U.S. Copyright Office will register an original work of authorship, provided that the work was created by a human being.”
4. Zie hierover o.a.: De Schrijver en Van den Hoven Van Genderen, I robot: realiteit of fictie, in: Computerrecht 2015/197, par. 2.
5. Op academisch niveau wordt wel discussie gevoerd over de vraag of robots een rechtspersoonlijkheid zouden moeten krijgen. Zie o.a. De Schrijver en Van den Hoven Van Genderen, noot 4.
6. Ook op de input-data zelf kunnen IE-rechten rusten, afhankelijk van de data waarom het gaat. In dat geval ontstaat ook nog de vraag in hoeverre die IE-rechten worden gereproduceerd in de compositie die door de software wordt gegenereerd.
7. Hof van Justitie EU 2 mei 2012, ECLI:EU:C:2012:259, SAS/WPL.
8. Volgens recensies is componeren met Amper buitengewoon eenvoudig. Zie o.a. https://mic.com/articles/170173/music-will-be-made-by-robots-in-the-future-investors-are-betting#.n0MOfdgS3 De tool wordt daarin als volgt omschreven: “Amper's tool works by letting users input a time, mood and kind of music they are looking for; the software then produces a template track, which a producer could build upon.
9. Zie o.a. De Schrijver en Van den Hoven Van Genderen, I robot: realiteit of fictie, in: Computerrecht 2015/197, par. 3.3.
10. Interessante artikelen hierover van Anne de Heijde en Raynor van Eijck op de website van de Universiteit Maastricht, “Artificial Intelligence (AI) and intellectual property (IP), a call for action”;  https://law.maastrichtuniversity.nl/ipkm/artificial-intelligence-ai-and-intellectual-property-ip-a-call-for-action/#_ftn2; zie ook Monica Eszias op dezelfde website, “Does the current copyright system accommodate for artificial Intelligence ownership?”; https://www.maastrichtuniversity.nl/blog/2017/07/does-current-copyright-system-accommodate-artificial-intelligence-ownership
11. Europees Parlement, P8_TA(2017)0051, Civil Law Rules on Robotics, European Parliament resolution of 16 February 2017 with recommendations to the Commission on Civil Law Rules on Robotics (2015/2103(INL)).
12. In een daaraan voorafgaand verslag van de Commissie Juridische Zaken van het Europees Parlement wordt ook specifiek aangedrongen op het opstellen van criteria voor “eigen intellectuele creaties” van computers of robots, waarvoor auteursrecht zou kunnen gelden; Verslag met aanbevelingen aan de Commissie over civielrechtelijke regels inzake robotica (2015/2103(INL)), 27 januari 2017.