IEF 17521

30 mei - Jurisprudentielunch merken-, modellen-, auteursrecht

Inschrijven Op woensdag 30 mei 2018 organiseert eduLex, onderdeel van deLex, wederom een intensieve jurisprudentielunch. Tijdens deze bijeenkomst bespreken Tobias Cohen Jehoram, Charles Gielen en Laura Fresco met u de belangrijkste uitspraken op het gebied van het merken-, modellen- en auteursrecht. Van iedere uitspraak wordt de essentie en het belang voor de praktijk besproken. In slechts drie uur tijd bent u volledig op de hoogte van de ontwikkelingen in de meest recente rechtspraak van het afgelopen half jaar.

Merkenrecht
HvJ EU, IEF 17369 (Schweppes) over indruk wekken dat er één wereldwijd merk is
HvJ EU, IEF 17374 (Champagne Sorbetijs) over Sorbet die de smaak heeft van Champagne
Gerecht EU, IEF 17315 (Red Bull tegen Optimum Mark) twee kleuren die tal van combinaties toelaat

Modellenrecht/vormgeving:
HvJ EU, IEF 17412 (Acacia) over de reparatieclausule
HvJ EU, IEF 17542 (Doceram tegen Ceramtec) over de techniek uitsluiting
Hof Den Haag, IEF 17515; (Arpe tegen HCC); vervolg tafelgashaarden-zaak

Auteursrecht
HR, IEF 17443 (Diplomatic Card tegen Forax) – auteursrecht op software, bescherming voorbereidend materiaal
Rb Den Haag, IEF 17455 (Premier League tegen Ecatel) – verbod tussenpersoon, streamingdienst
Hof Amsterdam, IEF 17526 (Anne Frank Stichting tegen Anne Frank-Fonds) – handhaving auteursrecht vs. vrijheid van informatie

IEF 17635

Vrijwaring succesvol voor inbreuk met Superdry-hoodies

Rechtbank Den Haag 11 apr 2018, IEF 17635; ECLI:NL:RBDHA:2018:4200 (DKH tegen Hermanex en Hermanex tegen Microsell cs), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vrijwaring-succesvol-voor-inbreuk-met-superdry-hoodies

Rechtbank Den Haag 11 april 2018, IEF 17635; ECLI:NL:RBDHA:2018:4200 (DKH tegen Hermanex en Hermanex tegen Microsell cs) Merkenrecht. Vrijwaring. DKH is houdster van Superdry-merken. Stellende dat Hermanex met het aanbieden van de (namaak)hoodies inbreuk heeft gemaakt op haar merkrechten heeft DKH in deze procedure in eerste instantie een inbreukverbod. De rechtbank leest in de eiswijziging dat niet alleen het petitum, maar ook de grondslag is gewijzigd; niet langer gebaseerd op merkinbreuk maar op de inmiddels tussen partijen tot stand gekomen vaststellingsovereenkomst. De recthbank veroordeelt Microsell en [A] ieder hoofdelijk aan Hermanex te betalen al hetgeen waartoe Hermanex in de hoofdzaak (merkinbreuk) jegens DKH is veroordeeld.

IEF 17634

CvdM-boetes voor Omroep Limburg terecht opgelegd vanwege sponsorverbod

Rechtbank Limburg 31 jan 2018, IEF 17634; ECLI:NL:RBLIM:2018:883 (Stichting Omroep Limburg tegen CvdM), http://www.ie-forum.nl/artikelen/cvdm-boetes-voor-omroep-limburg-terecht-opgelegd-vanwege-sponsorverbod

Rechtbank Limburg 31 januari 2018, IEF 17634 ; ECLI:NL:RBLIM:2018:883 (Stichting Omroep Limburg tegen CvdM) Mediarecht. Boete, artikel 2.106 en artikel 2.108 Mediawet 2008. Media-aanbod van educatieve aard, sponsorverbod, producten of diensten van de sponsor. CvdM heeft de Stichting Omroep Limburg terecht een boete van €239.000 opgelegd voor de gezondheidsprogramma’s wegens overtreding van het sponsorverbod, nu de betreffende programma’s niet educatief maar informatief van aard zijn. Voorts heeft CvdM terecht een boete heeft opgelegd voor het programma Kunst op de Bonnefooi nu hierin een dienst van de sponsor is getoond terwijl de sponsor een bijdrage in geld heeft verstrekt. Dat voor elke aflevering van het programma Kunst op de Bonnefooi een sponsorbedrag van slechts € 375,- is ontvangen, vormt geen reden voor een boeteverlaging. Er is geen aanleiding tot (een verdere) matiging van de boetes.

 

IEF 17633

Gemeente Leiden pleegt geen auteursrechtinbreuk met iconenkleed Singelpark

Rechtbank Den Haag 18 apr 2018, IEF 17633; ECLI:NL:RBDHA:2018:4361 (Same-D tegen Gemeente Leiden), http://www.ie-forum.nl/artikelen/gemeente-leiden-pleegt-geen-auteursrechtinbreuk-met-iconenkleed-singelpark
Singelpark Gemeente Leiden

Rechtbank Den Haag 18 april 2018, IEF 17633 ; ECLI:NL:RBDHA:2018:4361 (Same-D tegen Gemeente Leiden) Auteursrecht. De binnenstad van de Gemeente Leiden is omringd door een zes kilometer lange singel, waar een Singelpark van wordt gemaakt. A [eigenaar van Same-D] heeft diverse ontwerpen gemaakt van logo's voor het Singelpark, waaronder een iconenkleed. Het idee om iconen in een patroon weer te geven, is niet beschermd. De iconen van de uitvoering van KesselsKramer zijn in 2D en die van Same-D in 3D. De iconen die dieren, planten en bomen weergeven zijn zo mogelijk nog duidelijker verschillend qua totaalindruk. Geen auteursrechtinbreuk of onrechtmatig handelen door Gemeente Leiden aangenomen met betrekking tot onderhandse aanbesteding voor ontwerp van beeldtaal Leidse singelpark. De vorderingen worden afgewezen.

IEF 17632

Opzegging service- en beëindiging licentieovereenkomst CLIPS-peptides

18 apr 2018, IEF 17632; ECLI:NL:RBDHA:2018:4422 (Bicycle Therapeutics tegen Pepscan), http://www.ie-forum.nl/artikelen/opzegging-service-en-be-indiging-licentieovereenkomst-clips-peptides

Rechtbank Den Haag 18 april 2018, IEF 17632; 1597; ECLI:NL:RBDHA:2018:4422 (Bicycle Therapeutics tegen Pepscan) Samenwerking. BT heeft Pepscan benaderd om een licentieovereenkomst (PLA) en serviceovereenkomst (FSA) te krijgen voor de exclusieve leverantie van CLIPS-peptides. Licentienemer BT heeft FSA (waarin exclusieve leverantie CLIPS-peptides ten gunste van octrooihouder was opgenomen) opgezegd conform opzeggingsbepaling. Vervolgens heeft octrooihouder PLA beëindigd wegens wanprestatie licentienemer. In geschil is of beëindiging PLA terecht is. Uitleg artikel 3.2 PLA waarin is opgenomen dat partijen te goeder trouw moeten onderhandelen over totstandkoming FSA. Haviltex. Taalkundige uitleg: nadat FSA is gesloten, is dit artikel uitgewerkt. Geen feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan andere dan taalkundige uitleg prevaleert, te weten dat de PLA is gesloten onder de voorwaarde dat de octrooihouder exclusief leverancier zou zijn en blijven. Geen wanprestatie licentienemer op basis van dit artikel. Wel voorshands aannemelijk dat licentienemer geheimhoudingsclausule heeft geschonden en dat octrooihouder PLA op deze grond mocht beëindigen. BT wordt toegelaten tegenbewijs te leveren.

6.10. Vanuit taalkundig perspectief bezien kunnen de heldere bewoordingen van artikel 3.2 (PLA 2009 en) PLA 2010 niet anders worden gelezen dan dat daarin een eenmalige verplichting is opgenomen om nader in onderhandeling te treden over de in dat artikel genoemde onderwerpen, waaronder exclusieve leverantie van CLIPS-peptides door Pepscan c.s. Deze uitleg is ook steekhoudend indien artikel 3.2 wordt gelezen in de context van de PLA 2010 als geheel en de daaraan voorafgaande Term Sheets, de PLA 2009 en de FSA. In de definitieve Term Sheet juni 2009 (vergelijk onder 2.8) is immers niet meer opgenomen dat de hier bedoelde exclusiviteit onderdeel van de te sluiten PLA zal zijn, maar is slechts bepaald dat partijen apart en ‘in good faith’ zullen onderhandelen over een afzonderlijke Service Agreement. Deze onderhandelingsbepaling wordt vervolgens verwoord in artikel 3.2 van de op 13 augustus 2009 ondertekende PLA 2009. Tussen partijen is niet in geschil dat zij conform de bepaling hebben onderhandeld, hetgeen heeft geresulteerd in de FSA. Uitgaande van deze taalkundige uitleg moet de conclusie dan zijn dat, zoals BT verdedigt, artikel 3.2 hiermee haar werking heeft verloren.

6.11. Naar het oordeel van de rechtbank moet aan deze taalkundige betekenis van de bewoordingen van artikel 3.2 veel gewicht worden toegekend. Het gaat hier immers om een zuiver commerciële transactie tussen professionele partijen, die, bijgestaan door gespecialiseerde advocaten, uitgebreid en langdurig hebben onderhandeld over hun rechtsverhouding. Daarbij hebben zij tijdens deze onderhandelingen (in de totstandkomingsfase van de PLA 2009) de uitgangspunten waarover zij het eens waren steeds tussentijds schriftelijk vastgelegd in Term Sheets. Van belang is voorts dat partijen weliswaar zijn uitgegaan van de toepasselijkheid van Nederlands recht, maar dat het opstellen van de PLA 2009 (en 2010) is overgelaten aan de Engelse advocaten van BT. Lezing van deze contracten - die zich kenmerken door een hoge mate van gedetailleerdheid, zeer precieze formuleringen en diverse typisch Anglo-Amerikaanse clausules als de ‘entire agreement clause’ - leert dat zij dit hebben gedaan vanuit hun common law-achtergrond, waar zeer veel gewicht wordt toegekend aan de bewoordingen.

6.12. De vraag is vervolgens of hetgeen Pepscan c.s. naar voren hebben gebracht aanleiding geeft aan te nemen dat partijen bedoeld hebben met artikel 3.2 PLA 2010 iets anders overeen te komen dan deze taalkundige uitleg doet vermoeden. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend.

6.20. De rechtbank kan dit verweer van BT niet plaatsen. De stellingen van Pepscan c.s. zijn, met de gespecificeerde verklaring van [A] , duidelijk genoeg over de vraag welke bedrijfsgeheime knowhow zou zijn gedeeld en waarom dit niet al in het openbare domein toegankelijk was. Tevens hebben Pepscan c.s. duidelijk gemaakt waarom er vanuit kan worden gegaan dat BT deze informatie met haar derden-leveranciers van CLIPS-peptides heeft gedeeld. Immers, BT heeft bij het zelf produceren van CLIPS-peptides problemen ondervonden met - onder andere - het voorkomen van peptide-dimerisatie, welke problemen Pepscan c.s. met het gestelde delen van hun knowhow voor BT hebben opgelost. Het is een logische conclusie dat BT deze informatie heeft gedeeld / heeft moeten delen met de nadien door haar ingeschakelde leveranciers van CLIPS-peptides. BT heeft derhalve inhoudelijk niet gereageerd op de door Pepscan c.s. ingenomen stellingen, behoudens de enkele betwisting dat zij knowhow van Pepscan c.s. zou hebben gedeeld met derden. Ook tijdens de comparitie van partijen - waarbij de heer [X] aanwezig was - heeft zij haar betwisting niet nader inhoudelijk toegelicht. Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank het voorshands aannemelijk dat BT bedrijfsgeheime knowhow van Pepscan c.s. heeft gedeeld met derden en in die zin artikel 6 PLA 2010 (en artikel 7 FSA) heeft geschonden. Zij zal derhalve uitgaan van de juistheid van deze stelling van Pepscan c.s., behoudens tegenbewijs door BT. De rechtbank zal BT overeenkomstig haar aanbod in de gelegenheid stellen dit tegenbewijs te leveren.

IEF 17631

Met het kopen van een onbekende van grote partij schoenen met levering op straat en tegen 5000 euro in contanten heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de schoenen vals waren

Hof Amsterdam 24 mei 2017, IEF 17631; ECLI:NL:GHAMS:2017:5613 (240 valse paar schoenen), http://www.ie-forum.nl/artikelen/met-het-kopen-van-een-onbekende-van-grote-partij-schoenen-met-levering-op-straat-en-tegen-5000-euro

Hof Amsterdam 24 mei 2017, IEF 17631; ECLI:NL:GHAMS:2017:5613 (240 valse paar schoenen) De verdachte heeft op 25 november 2015 tweehonderdveertig (240) paar schoenen gekocht met opdruk en uiterlijke kenmerken van het merk [naam] en vervoerde deze die dag – per paar afzonderlijk verpakt in een doos – in een bus die hij hiervoor had gehuurd. Het hof is van oordeel dat de verdachte door het kopen van een onbekend persoon – zonder dat hij van die onbekende enige legitimatie verlangt – van een grote partij nieuwe schoenen met opdruk en uiterlijke kenmerken van het merk [naam], per paar verpakt in de originele verpakking, door de levering te laten plaatsvinden ergens op straat en door voor die partij schoenen circa € 5.000,- in contanten te betalen zonder dat hiervoor een kwitantie wordt verstrekt, bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de schoenen, zoals is komen vast te staan, vals waren. In zoverre was bij de verdachte in elk geval voorwaardelijk opzet aanwezig op de valsheid van de schoenen. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

IEF 17630

AEBI Schmidt behield het spoedeisend belang

Hof Den Haag 23 mei 2017, IEF 17630; ECLI:NL:GHDHA:2017:4155 (Aebi Schmidt tegen Rasco), http://www.ie-forum.nl/artikelen/aebi-schmidt-behield-het-spoedeisend-belang

Hof Den Haag 23 mei 2017, IEF 17630; ECLI:NL:GHDHA:2017:4155 (Aebi Schmidt tegen Rasco) Spoedeisend belang. Octrooirecht. Aebi Schmidt is houdster van EP0995838 voor een 'vrachtwagen met een daarop afneembaar opgebouwd opzetwerktuig'. Rasco houdt zich bezig met verhandeling van wintermachines voor wegbeheer. Op de Reinigingsdemodagen in Lelystad is een vrachtwagen met een onder de beschermingsomvang van EP 838 vallend opzetstrooiwerktuig getoond. Na aanbesteding en na de schouw van werktuigen, werd de aanbesteding ingetrokken, en kwam de concrete dreiging van inbreuk door geïntimeerde te vervallen. Aebi hoefde niet af te leiden dat geïntimeerden op de markt zou komen met haar inbreukmakende werktuigen. Aebi kon onder de hiervoor weergegeven omstandigheden, waarbij slechts twee eerdere aanbiedingen en geen leveringen hebben plaatsgevonden en geïntimeerden na sommatie steeds feitelijk ieder inbreukmakend handelen heeft gestaakt, niet het verwijt worden gemaakt dat zij onvoldoende voortvarend heeft opgetreden in de periode tot medio 2015. Zij behield daarom spoedeisend belang bij een voorlopige maatregel toen medio 2015 duidelijk werd dat geïntimeerden daadwerkelijk en niettegenstaande EP 838 met inbreukmakende werktuigen in Nederland op de markt zou gaan komen. Het Hof vernietigt het vonnis [IEF 15301].

IEF 17629

Conclusie AG: Kamer van beroep moet opnieuw onderzoeken of Kit Kat 4 fingers kan blijven bestaan

19 apr 2018, IEF 17629; ECLI:EU:C:2018:266 (Kit Kat 4 fingers), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-kamer-van-beroep-moet-opnieuw-onderzoeken-of-kit-kat-4-fingers-kan-blijven-bestaan

Conclusie AG 19 april 2018, IEF 17629; IEFbe 2551; C-84/17 P; C-85/17 P; C-95/17 P; ECLI:EU:C:2018:266 (Kit Kat 4 fingers) Driedimensionaal merk dat de vorm van een chocoladereep met vier vingers weergeeft – Door verzoekster ingediende vordering tot nietigverklaring – Afwijzing van de vordering tot nietigverklaring door de kamer van beroep. Uit het persbericht: Volgens advocaat-generaal Wathelet moet het Merkenbureau opnieuw onderzoeken of de driedimensionale vorm van de waar „Kit Kat 4 fingers” als Uniemerk kan blijven bestaan. Hij stelt het Hof van Justitie voor, de hogere voorzieningen van Nestlé, het EUIPO en Mondelez af te wijzen en beklemtoont daarbij dat Nestlé niet afdoende heeft bewezen dat haar merk onderscheidend vermogen heeft verkregen door het gebruik ervan in de Unie.

IEF 17627

Vragen aan HvJ EU over portretten en huwelijksfoto’s tegen het verlaagde btw-tarief

HvJ EU 20 feb 2018, IEF 17627; (Regards Photographiques), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-over-portretten-en-huwelijksfoto-s-tegen-het-verlaagde-btw-tarief
regards photographiques

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 20 februari 2018, IEF 17627; IEFbe 2548; C-145/18 (Regards Photographiques) via Minbuza: Verzoekster ,de vennootschap Regards Photographiques, heeft de bestuursrechter in eerste aanleg verzocht om kwijtschelding van de btw die haar bij naheffing is opgelegd voor de periode van 01.02.2009 t/m 31.01.2012 alsook van de daarmee samenhangende boetes. Bij vonnis van 12.11.2014 heeft de bestuursrechter in eerste aanleg dit verzoek afgewezen. Bij arrest van 21.04.2016 heeft de bestuursrechter in tweede aanleg het door verzoekster ingestelde hogere beroep verworpen. De bestuursrechter in tweede aanleg heeft de toepassing van het verlaagde tarief afgewezen op grond dat de litigieuze portretten en huwelijksfoto’s ongeacht hun kwaliteit niet van de nodige originaliteit en creatieve intentie getuigden om te kunnen worden beschouwd als foto’s die door een kunstenaar zijn genomen.

IEF 17628

Van architect of interieurontwerper mag niet verwacht worden dat wordt gewaarschuwd voor het al dan niet schenden van IE-rechten van derden

Kantonrechter 13 apr 2018, IEF 17628; (Woensdregt Holtz tegen Beapart), http://www.ie-forum.nl/artikelen/van-architect-of-interieurontwerper-mag-niet-verwacht-worden-dat-wordt-gewaarschuwd-voor-het-al-dan
caravaggio

Ktr. Rechtbank Amsterdam 13 april 2018, IEF 17628 (Woensdregt Holtz tegen Beapart) Contractenrecht. IE-recht. Woensdregt exploiteert een architectenburean, Beapart is eigenaar van B-apart Hotel Kennedy. Woensdregt heeft een overeenkomst tot inrichting van het hotel overgenomen van ADP. Beapart heeft verschillende producten in China laten maken, waaronder lampen die gelijkenis vertonen met Caravaggio-lampen, waarop Lightyears de rechten heeft. Beapart wordt door Lightyears aangesproken en moet €35.000 betalen. Beapart vordert schadevergoeding van Woensdregt vanwege toerekenbare tekortkoming door haar niet voor (mogelijk) schenden van IE-rechten bij aanschaf van vergelijkbare lampen. Van een redelijk handelend en bekwaam architect of interieurontwerper mag niet verwacht worden dat hij of zij advies verstrekt over of waarschuwt voor het al dan niet schenden van IE-rechten van derden. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat Beapart er zelf voor heeft gekozen om de lampen neit bij Lightyears te kopen, maar in China te laten maken. De vordering wordt afgewezen.

IEF 17625

Bernt Hugenholtz - Gecombineerde noot onder vier HvJ EU-arresten over het mededelingsrecht

Gecombineerde noot gepubliceerd onder vier arresten van het HvJEU over het mededelingsrecht: The Pirate Bay (Brein/Ziggo), Filmspeler, GS Media en Svensson, NJ 2018/114, p. 1700-1705. 1.1. de introductie van het world wide web (het wereldwijde web) in het begin van de jaren negentig was een ware revolutie. Oudere NJ-lezers herinneren zich nog het internet van voor die tijd: geen mooi opgemaakte webpagina’s, maar kale tekst waar nergens op te klikken viel. Het WWW maakte het mogelijk om met behulp van een webbrowser gemakkelijk door het snel groeiende informatieaanbod van het internet te navigeren. daarbij speelde de hyperlink, een verwijzing in ‘hypertext’ naar het webadres van een document, een essentiële rol. Voortaan konden internetgebruikers door het aanklikken van een link direct naar andere pagina’s op het web worden geleid, waar deze zich ook bevonden. Zo werd de hyperlink een belangrijke bouwsteen van het moderne internet.

1.2. de hierboven afgedrukte vier arresten van het HvJ EU betreffen de vraag of en onder welke omstandigheden het zonder toestemming van de auteursrechthebbende geoorloofd is naar een document te hyperlinken. Jarenlang werd er in auteursrechtkringen voetstoots van uitgegaan dat linken gewoon is toegestaan. Een hyperlink, zo werd algemeen aan genomen, is weinig anders dan een digitale literatuurverwijzing. Voor een voetnoot is toch ook geen toestemming van de auteur vereist? Bovendien, als voor iedere hyperlink toestemming zou moeten worden gevraagd, kon het world wide web wel sluiten. de enkeling die over deze kwestie anders dacht, werd destijds nauwelijks serieus genomen (G. Brunt, ‘Is de hyperlink hyperlink?’, IT&Recht 1997‑I, p. 1‑2).

 

IEF 17626

Staking 'KvK-uittrekselpraktijk' en opgave doen van mogelijk inbreukmakende KvK-domeinnamen

Rechtbank Noord-Holland 5 apr 2018, IEF 17626; (KvK ZBO tegen F-Touch Payrolling hodn Hethandelsregister.nl), http://www.ie-forum.nl/artikelen/staking-kvk-uittrekselpraktijk-en-opgave-doen-van-mogelijk-inbreukmakende-kvk-domeinnamen
kvk uittreksels

Vrz. Rechtbank Noord-Holland 5 april 2018, IEF 17626 (KvK ZBO tegen F-Touch Payrolling hodn Hethandelsregister.nl) Merkenrecht. Domeinnaamrecht. F-Touch bood onder de domeinnaam www.kavk.nl "uittreksels" aan met informatie uit het handelsregister van de KvK. F-touch maakt gebruik van de adwords KVK en Handelsregister. Deze woordmerken zijn van KvK en zij heeft geen toestemming gegeven. F-touch pleegt merkinbreuk ex sub a. Ook is voldoende aannemelijk geworden dat de uittreksel die F-Touch verstrekt geen originele uittreksels zijn, maar bewerkte uittreksels waar extra financiële informatie aan is toegevoegd. Bevel tot staking van deze praktijk, overdracht van de domeinnamen om niet en F-Touch wordt bevolen om volledig overzicht te verstrekken van alle mogelijk inbreukmakende of mogelijk onrechtmatige domeinnamen die zij in haar bezit heeft. Opgaveplicht.

IEF 17624

Wet bescherming bedrijfsgeheimen met amendement over toepassen van redelijke en evenredige gerechtskosten aangenomen

Met aanname van amendement 9, 10 en 13(gewijzigd), wordt het voorstel van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen aangenomen. De amendementen omvatten uitbreiding van de mogelijkheden voor proceskostenveroordeling [nr. 9], uitbreiden van bescherming voor bedrijfsgeheimen [nr. 10] en een expliciete verwijzing naar Wet Huis voor klokkenluiders voor invulling algemeen belang [34 821, nr. 13]. Na het voorgestelde artikel 1019id wordt een artikel toegevoegd, luidende: Artikel 1019ie Rv

IEF 17623

In het bezit zijn van telefoonlijst, betekent nog niet dat X (mede)verantwoordelijk is voor verspreiding van Quote-artikel

Rechtbank Overijssel 23 mrt 2018, IEF 17623; ECLI:NL:RBOVE:2018:1242 (SolidNature-RevealRox tegen X), http://www.ie-forum.nl/artikelen/in-het-bezit-zijn-van-telefoonlijst-betekent-nog-niet-dat-x-mede-verantwoordelijk-is-voor-verspreidi

Vrz. Rechtbank Overijssel 23 maart 2018, IEF 17623; ECLI:NL:RBOVE:2018:1242 (SolidNature-RevealRox tegen X) Lastercampagne. Art. 843a Rv. Bewijsbeslag. Bij verstekvonnis zijn Twitter en Wordpress veroordeeld tot verwijdering van de GABME-berichtgeving [IEF 17436] . De voorzieningenrechter van beveelt Your Hosting B.V. tot het ontoegankelijk maken van de website www.gabme.org en het verstrekken van gegevens van de domeinhouder [IEF 17452]. De voorzieningenrechter heeft in het vonnis voorshands geoordeeld dat de website onderdeel is van een constructie met een onrechtmatig karakter. Er waren echter geen aanknopingspunten om aan te nemen dat Quote op onrechtmatige wijze ongefundeerde ernstige beschuldigingen zou gaan publiceren [IEF 17604]. Er is, met verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank conservatoir bewijsbeslag gelegd, ten laste van [X] en A vordert om aan de gerechtsdeurwaarder (Groot & Evers) en DigiJuris toestemming te verlenen afschriften van de Beslagen Bescheiden aan hen te verstrekken. Beoordeeld moet worden of een redelijk vermoeden van onrechtmatig handelen (constructie van de anonieme GABME) kan worden afgeleid. Er zijn geen aanknopingspunten waarmee enig verband tussen X en de publicatie van de GABME-berichten kan worden gelegd. De vordering wordt afgewezen. Dat X in het bezit was van de telefoonlijst van SolidNature impliceert nog niet dat die gegevens zijn doorgespeeld aan Quote, laat staan dat X (mede)verantwoordelijk is voor de verspreiding van het Quote-artikel.

IEF 17621

Internetconsultatie wijziging van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties

Internetconsultatie wijziging van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten, 12 april - 7 juni 2018. Het wetsvoorstel vergroot de slagvaardigheid en doelmatigheid van het toezicht van het CvTA op collectieve beheersorganisaties en onafhankelijke beheersorganisaties. Verder regelt het voorstel dat het toezicht niet meer volledig uit de algemene middelen wordt bekostigd, maar deels wordt bekostigd door de sector.

IEF 17620

'Reinigt beter'-elektrische tandenborstelreclame is niet ongeoorloofd

Rechtbank Rotterdam 12 apr 2018, IEF 17620; ECLI:NL:RBROT:2018:2964 (Philips tegen Proctor & Gamble), http://www.ie-forum.nl/artikelen/reinigt-beter-elektrische-tandenborstelreclame-is-niet-ongeoorloofd
oral b reinigt beter

Vzr. Rechtbank Rotterdam 12 april 2018, IEF 17620; RB 3120; ECLI:NL:RBROT:2018:2964 (Philips tegen Proctor & Gamble) Reclamerecht. Contractenrecht. Philips (Sonicare) en P&G (Oral-B) brengen beide elektrische tandenborstels op de markt. P&G lanceert een reclamecampagne 'Reinigt beter' met een verwijzing naar publicatie in wetenschappelijke tijdschriften. De tv-commercial laat de tekst heel de tijd in beeld. Diverse gerechtelijke procedures hebben geleid tot vaststellingsovereenkomst. Philips stelt dat de reclamecampagne ongeoorloofd is in de zin van 6:194a lid 1 BW onder a, c en e, en tevens in strijd wordt gehandeld met de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst. De voorzitter wijst de vorderingen af. De tekst is voor een persoon met een normaal gezichts- en leesvermogen te lezen. De disclaimer, bestaande uit de tekst "vs gewone manuele tandenborstel", waarop de consument door middel van een asterisk achter de claim "rond reinigt beter" wordt geattendeerd, is daarentegen ongeveer drie seconden in beeld.

IEF 17619

Oranjeborrel INTA Seattle 2018

Je kunt er maar beter vroeg bij zijn. Tijdens de INTA 2018 in Seattle (19-23 mei) organiseert Chiever uiteraard weer de traditionele Oranjeborrel ®. Het recept is bekend: een informele borrel op de eerste zaterdag van de INTA, 19 mei. Start 17.00 uur - Einde onbekend. De locatie wordt zo snel mogelijk bekend gemaakt. Uitgenodigd is iedereen die werkzaam is in de IE, vrienden en vijanden, concurrenten en collega’s, advocaten en gemachtigden, dames en heren. Er is slechts 1 basisvereiste: de deelnemers moeten in het bezit zijn van een Nederlands paspoort.

IEF 17618

Niet in strijd met de op haar rustende ‘artikel 6:2 lid 1’-verplichting om een concreet product van een variant te verlangen na inbreukvonnis

Hof Den Haag 14 nov 2017, IEF 17618; ECLI:NL:GHDHA:2017:4156 (Ruby Decor-Aparto tegen Basic Holdings), http://www.ie-forum.nl/artikelen/niet-in-strijd-met-de-op-haar-rustende-artikel-6-2-lid-1-verplichting-om-een-concreet-product-van-ee
sfeerhaarden varianten

Hof Den Haag 14 november 2017, IEF 17618; ECLI:NL:GHDHA:2017:4156 (Ruby Decor-Aparto tegen Basic Holdings) Octrooirecht. Executie. In de kern gaat het onderhavige geschil over de vraag of Basic Holdings gehouden was de vraag van Ruby Decor, of Basic Holdings van mening was dat Ruby Decor dwangsommen zou verbeuren uit hoofde van Vonnis I indien zij met een sfeerhaard conform Variant 1, 2 of 3 op de markt zou komen, te beantwoorden. De op grond van artikel 6:2 BW door de redelijkheid en billijkheid beheerste rechtsverhouding tussen partijen die ontstaat na betekening van een vonnis waarin een inbreukverbod is opgelegd, is beperkt tot de reikwijdte van dat verbod. Ruby Decor heeft aan Basic Holdings voorgelegd of de Varianten 1, 2 of 3 volgens Basic Holdings onder de reikwijdte van het opgelegde inbreukverbod vielen, maar er waren slechts een beperkt aantal (één per variant) zeer abstracte tekeningen gevoegd. BH heeft on concreet product gevraagd, maar niet ontvangen. De grieven die erop zijn gebaseerd dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat Basic Holdings ongerechtvaardigd heeft geweigerd duidelijkheid te verschaffen over de te innen dwangsommen voor Varianten 1, 2 of 3 dwangsommen zou innen, slagen niet.

IEF 17617

Verslag aan de Europese Commissie inzake Multi Territoriale Licentieverlening in Nederland

cvta

Op 6 april 2018 bracht het CvTA verslag uit aan de Europese Commissie over de situatie in Nederland met betrekking tot het verlenen van de zogeheten Multi Territoriale Licenties voor online muziekgebruik. Het CvTA voldeed hiermee aan artikel 38, lid 3 van de Europese Richtlijn betreffende het collectief beheer van auteursrechten en naburige rechten (Richtlijn 2014/26/EU), waarin de lidstaten wordt opgedragen een dergelijk verslag op te stellen. U kunt het verslag, inclusief bijlage, hier inzien.

IEF 17616

Niet iedere graad van verwarring tussen Addcomm en Appcomm rechtvaardigt een gebod tot naamswijziging

Rechtbank Amsterdam 11 apr 2018, IEF 17616; ECLI:NL:RBAMS:2018:2558 (Addcomm tegen Appcomm), http://www.ie-forum.nl/artikelen/niet-iedere-graad-van-verwarring-tussen-addcomm-en-appcomm-rechtvaardigt-een-gebod-tot-naamswijzigin
Addcomm Appcomm

Vzr. Rechtbank Amsterdam 11 april 2018, IEF 17616; ECLI:NL:RBAMS:2018:2558 (Addcomm tegen Appcom) Handelsnaamrecht. AddCom is in 1996 opgericht en verleent fysieke en online marketing, zoals online applicaties. Appcomm is in 2013 opgericht en verleent eveneens online diensten met op maat gemaakte apps. De handelsnaam Appcomm wijkt zowel visueel als auditief slechts in geringe mate af van AddComm. De namen zijn niet louter beschrijvend, immers zijn ze samengesteld uit afkortingen (enerzijds Add van advertisement en App van application en anderzijds Comm van communication) die geen beschrijving van de onderneming geeft. Het palet aan diensten van AddComm is ruimer, maar ze begeven zich in beperkte mate op dezelfde markt. Klanten hebben een hoger dan gemiddeld niveau van oplettendheid. In geringe mate is verwarringsgevaar te duchten, maar niet iedere graad van verwarring rechtvaardigt een gebod tot naamswijziging.